Het afstammingsrecht, niet zo eenvoudig

Niet iedere geadopteerde heeft zijn adoptiedossier tot zijn beschikking. Dat kan om allerlei redenen het geval zijn. Geadopteerden die meer willen weten over hun afkomst en identiteit die zij hadden vóór de adoptie, kunnen een verzoek indienen bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om (meer) informatie te verkrijgen ten behoeve van hun zoektocht. Hieronder kun je lezen hoe de inzageprocedure in zijn werk (kan) gaan, waarbij ik ter illustratie de situatie van een interlandelijke geadopteerde schets die ik momenteel ondersteun in zijn proces naar waarheidsvinding.

Wat tref je in het adoptiedossier aan?

In het adoptiedossier kunnen interlandelijke geadopteerden diverse documenten aantreffen aangaande hun adoptie, zoals geboorte- en medische gegevens, achtergrondgegevens van het kind, de afstandsverklaring van de biologische moeder en allerlei gelegaliseerde documenten die nodig waren voor de adoptie van het kind in het land van herkomst. Niet alleen documenten die betrekking hebben op de gang van zaken in het land van herkomst, ook onderzoeksgegevens in verband met het verzoek van het verzoekende echtpaar aan het ministerie van Justitie om een kind uit het buitenland te mogen adopteren, kunnen belangrijk zijn in een onderzoek naar waarheidsvinding rondom de adoptie. Het kan dan gaan om onderzoeksbevindingen van de RvdK over het gezin, werk- en inkomensverklaringen van de werkgever(s) en een gezondheidsverklaring opgemaakt door de huisarts. Op basis van onder andere die gegevens besliste het ministerie van Justitie of het verzoekende echtpaar een buitenlands kind mocht opnemen.

Als die toestemming er was, dan kon het verzoekende echtpaar Bureau Interlandelijke adoptie (de BIA) benaderen voor bemiddeling in een kind, of het zelf regelen (de zelfdoeners, al dan niet via een stichting of ander particuliere adoptiebemiddelaars). Verder moet in het dossier aanwezig zijn: stukken die zijn opgemaakt door een advocaat ten behoeve van de adoptieprocedure in Nederland, een rapport van de RvdK die onderzocht of het kind daadwerkelijk geadopteerd mocht worden door de verzoekende ouders¹, als ook het vonnis van de rechtbank in Nederland die de adoptie heeft uitgesproken².

Bij het verzoek om dossierinzage moet rekening worden gehouden met het belang van de geadopteerde die de gegevens opvraagt en de relevante wettelijke kaders.

Verloop van de procedure rondom inzage adoptiedossier

Onlangs was ik nog met een cliënt van mij, een buitenlands geadopteerde die ik begeleid in zijn zoektocht naar afstammingsgegevens, bij de RvdK om zijn adoptiedossier in te mogen zien. Het hele voortraject hield wel wat in, waarbij zelfs een ingebrekestelling aan te pas moest komen. Het verzoek had hij ingediend via de website van de RvdK. Afhankelijk van zijn woonplaats zou worden bepaald welke vestiging zijn dossier in behandeling zou nemen. Hierover was binnen de RvdK onduidelijkheid ontstaan, terwijl mijn cliënt zijn adresgegevens gewoon had opgegeven. Het duurde - ook vanwege de communicatie over en weer hieromtrent - onnodig lang voordat eindelijk duidelijk was welke vestiging het verzoek in behandeling zou nemen.

Mijn cliënt kreeg daarna te horen dat zijn verzoek in behandeling zou worden genomen zodra ‘de wachtlijst’ dit toelaat. Wachtlijst? Hier had ik nog niet van gehoord. Het kon nog enkele maanden gaan duren voordat hij zijn dossier kon inzien. Aangezien mijn cliënt het gevoel had van het kastje naar de muur te worden gestuurd en dit nogal (terecht) frustrerend was voor hem, moest ik helaas een meer juridische weg inslaan. Het inzien van het adoptiedossier is namelijk een belangrijk recht en deze muur zou er niet mogen zijn.

De raadsonderzoeker die ik erover belde verklaarde het volgende over die wachtlijst. Ze vertelde me dat alle verzoeken rondom adoptie op één hoop werden gegooid, dus ook als het gaat om verzoeken om inzage van het adoptiedossier. Dat verbaasde me nogal. Hoe lag de wachtlijst is, is tevens afhankelijk van welke vestiging het verzoek in behandeling heeft. Mijn cliënt mocht uiteindelijk kiezen tussen twee vestigingen waar hij zijn dossier kon inzien, en koos maar voor de vestiging met de kortste wachttijd, ook al was het wel veel verder reizen vanaf zijn woonplaats. Maar eigenlijk is dit vanuit de RvdK natuurlijk niet de juiste werkwijze, en wel om het volgende.

De beslistermijn voor een verzoek om dossierinzage

De RvdK is bij wet ingesteld en als orgaan van het Ministerie van Justitie en Veiligheid een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en valt als zodanig onder de werking van hoofdstuk 4 van de Awb. Dit informatieverzoek kan aangemerkt worden als een ‘aanvraag’ tot het afgeven van een besluit over dossierinzage en waaromtrent een toets door de RdvK plaatsvindt. Een besluit op de aanvraag om inzage van een adoptiedossier - met inbegrip van de afwijzing daarvan - is niet van algemene strekking en gericht tot de verzoeker, en kan dan ook gezien worden als een beschikking in de zin van de Awb. De RvdK dient daarom binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag te beslissen op het verzoek.

Omdat er verder geen termijnen bekend zijn waarbinnen de RvdK gewoonlijk beslist op een aanvraag om inzage van een adoptiedossier, is volgens de Awb de bedoelde redelijke termijn in ieder geval verstreken wanneer de RvdK binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen besluit heeft gegeven, dan wel aan de verzoeker om toestemming heeft gevraagd om de beslistermijn te verlengen. Wanneer de RvK niet binnen twee weken alsnog een besluit neemt, dan is zij een dwangsom verschuldigd voor iedere dag dat er geen besluit is genomen, doch voor ten hoogste 42 dagen.

Ik vind uiterst merkwaardig dat er sprake is van een wachtlijst. Er werden mijns inziens geen gerechtvaardigde redenen aangevoerd hiervoor, dan alleen dat alle verzoeken rondom adoptie - en die verzoeken kunnen dus van alles inhouden - op één hoop worden gegooid. En als de geadopteerde dan eenmaal aan de beurt is, dán pas start de behandeling van het verzoek, en daar kan ook weer tijd overheen gaan.

Ik heb van meerdere geadopteerden vernomen dat zij maanden moesten wachten totdat ze hun dossier konden inzien. Sommige geadopteerden vinden dat onbegrijpelijk en sommigen vinden het niet erg om wat langer te wachten. Voor die geadopteerden die niet lang willen wachten en daar hun redenen voor hebben, is het ronduit frustrerend. De toegang tot adoptie-informatie moet hoe dan ook veel efficiënter worden georganiseerd.

Privacy versus afstammingsrecht

Dat de RvdK behandeltijd nodig heeft is uit te leggen. De RvdK moet altijd wel onderzoeken welke gegevens een verzoeker direct kan inzien en voor welke gegevens eerst toestemming moet worden gevraagd aan derden. Maar, hoe zit het dan met die toestemming?

Een geadopteerde heeft het recht om te weten van wie hij afstamt en mag daarom als het mogelijk is, zijn dossier bekijken. In ieder geval het deel van het dossier waarin hij vermeld staat of dat over hemzelf gaat. Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er sinds die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie³. De AVG beschermt de privacy van andere personen in het adoptiedossier. De RvdK kan daardoor niet altijd meteen het hele dossier laten bekijken. Om een besluit te kunnen nemen over het informatieverzoek, zoekt de Raad voor de Kinderbescherming contact met de andere personen die in het dossier worden genoemd. Denk aan de adoptieouders, de broers- zussen en andere personen waarop bepaalde informatie in het adoptiedossier betrekking heeft. Deze personen kunnen zeggen wat zij ervan vinden dat de informatie over hen wordt bekeken door de verzoeker.

De RvK zal een afweging moeten maken met betrekking tot inzage van bepaalde stukken. Wel is het zo dat ingevolge een uitspraak van de Hoge Raad - het Valkenhorst-arrest (1994) - het belang van het kind prevaleert boven die van de adoptieouders of andere partijen die betrokken waren bij de adoptie van het kind. De Nederlandse wetgeving kent weliswaar geen bepaling die geadopteerden een wettelijk recht op informatie geeft, maar volgt wel gedeeltelijk uit deze uitspraak van de Hoge Raad en internationale verdragsbepalingen.

Wat nu als die personen geen toestemming geven? Dat is een goede vraag en niet direct te beantwoorden. Wat een geadopteerde dan kan doen, dat hangt namelijk nogal van wat omstandigheden af.

Toegankelijkheid

De (thans demissionair) minister van rechtsbescherming Sander Dekker heeft op 8 februari 2021 namens het kabinet excuses aangeboden in verband met de wanprakijken in interlandelijke adopties die door de Commissie Joustra zijn onderzocht en erkend. De minister benadrukte daarbij het belang van het afstammingsrecht voor geadopteerden die willen weten wat er rondom hun adoptie is gebeurd. Om o.a. die reden heeft hij 36,4 miljoen euro uitgetrokken voor het inrichten van een landelijk expertisecentrum Interlandelijke adoptie dat momenteel in de voorfase van oprichting verkeert.

Vanuit praktische zin moet worden gekeken naar een efficiënte afhandeling van verzoeken om dossierinzage. Ook als een dossier via het Fiom of andere adoptiebemiddelaars wordt opgevraagd. Afschuiven op wachtlijsten en de AVG moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook vind ik dat geadopteerden altijd een zwaarwegend belang hebben bij het inzien van zijn adoptiedossier en moeten er wel hele goede redenen zijn om bepaalde informatie niet te verstrekken. Een geadopteerde zou in het kader van waarheidsvinding alle informatie rondom zijn adoptie en identiteit moeten kunnen inzien, ook als het gaat om informatie waarop het besluit over het afgeven van een beginseltoestemming aan de adoptieouders is gebaseerd, aangezien een dergelijk besluit de geadopteerde in directe zin raakt: op basis van de beginseltoestemming mocht de geadopteerde als kind worden geadopteerd. Een geadopteerde kan namelijk goede redenen hebben om te onderzoeken of het afgeven van de beginseltoestemming al dan niet terecht was.

Wil je meer weten over de praktische gang van zaken rondom een informatieverzoek om inzage van je adoptiedossier? Dan kun je op de website van de RvdK raadplegen. Wil je begeleiding bij dit proces? Je hoeft niet in je eentje op onderzoek uit. Lees er meer over op deze webpagina Juridische hulpdienst voor geadopteerden. Of stuur mij via info@ojau.nl even een berichtje.


¹ Het kind verbleef dan wel al in het Nederlandse gezin. Dus het was al overgekomen vanuit het land van herkomst. Bij deze merkwaardige volgorde kan natuurlijk al vraagtekens worden gezet, want wat als de RvdK het gezin toch niet geschikt achtte, moest het kind dan elders worden herplaatst? Of kwam dat eigenlijk nooit voor? Dan is een dergelijk onderzoek naar mijn mening ook een wassen neus, maar dat nu terzijde.

² De procedure vóór de inwerkingtreding van het Haags Adoptieverdrag was namelijk anders. In 1995 trad het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Haags Adoptieverdrag) in werking, dat erop is gericht dat de adoptieprocedure zo zorgvuldig mogelijk plaatsvindt. Als een adoptie is uitgesproken in een land dat is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag, dan wordt de adoptie in de andere verdragslanden automatisch volledig erkend.

³ Overigens gold hiervoor de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), maar de AVG is strenger.

» Naar adoptiezaken