Naar aanleiding van de uitzending van Zembla, “Adoptiebedrog #3”

De harde waarheid over adopties uit Indonesië

Onderwerp: Toelichting op de Claim
Geschreven door: D. Deijle 
Gepubliceerd op: 2 april 2018

Heel veel positieve en supportende berichten ontvangen na de uitzending van Zembla en daarna de live uitzending van Pauw. Zowel voor mij als mijn cliënte stichting mijn Roots is dat erg fijn. De petitie loopt ook goed. Gebleken is dat zowel geadopteerden, niet-geadopteerden en adoptieouders achter het doel staan.

De misstanden worden niet meegedeeld omdat wij dit leuk vinden, maar de waarheid moet wel boven water komen. Er zijn altijd wel mensen die het ergens niet mee eens zijn en dat mag uiteraard. Het is goed om het maatschappelijk debat aan te gaan, maar het is jammer als bepaalde stellingen en meningen gebaseerd zijn op aannames. Dat slaat een discussie volledig dood. Vandaar deze toelichting van feiten, zodat duidelijk is waartoe de claim toe dient.

Niet altijd illegaal

Klopt. Er zijn heel veel adopties waarin het niet illegaal is gegaan, gelukkig. Zowel ik als stichting Mijn Roots hebben in Zembla op geen enkele manier gesuggereerd of uitgedragen dat “alle” adopties illegaal zijn. Omdat er helaas wel sprake is geweest van illegale praktijken op grote schaal, is het toch van belang om hier publiekelijk aandacht aan te schenken. Het is niet een onderwerp dat weer eeuwenlang onder in de ladekast moet blijven liggen.

Wellicht kan men de conclusie trekken dat interlandelijke adoptie te risicovol is, ook vandaag de dag nog. Men mag verder het zijne er van denken. Van bepaalde pro of anti stellingen hieromtrent doen OJAU en stichting Mijn Roots, voor wat betreft de ingediende de claim, volledig afstand. Dit om niet de focus te verliezen op waar het in de claim om gaat en om de discussie zuiver te houden. Uiteraard is het noodzakelijk dat de Nederlandse regering zich bezint op de toekomst van interlandelijke adoptie, maar dat is dus een hele andere discussie.

De claim die ik heb ingediend namens stichting Mijn Roots voor een financiële tegemoetkoming t.b.v. het recht voor ieder om te weten waar hij of zij vandaan komt, is gebaseerd op objectieve gegevens en niet op subjectieve meningen. Het is gebaseerd op grondig onderzoek van de parlementaire stukken in de periode 1973 tot en met 1989, dossier- en feitenonderzoek, alsmede getuigenverklaringen die zijn verzameld door stichting Mijn Roots, en op krantenartikelen uit de jaren '70 en '80. Het gaat om waarheidsvinding.

Verder staat de claim volledig los van de vraag of de adoptie op zich al dan niet goed heeft uitgepakt voor het geadopteerde kind. Dus (on)dankbaarheid heeft hier ook niks mee te maken. Men kan onmogelijk zeggen: “het kind is weliswaar onterecht afgenomen van de biologische ouders, maar moet dankbaar zijn dat het nu een goed leven heeft.”

Iedereen heeft recht en moet de mogelijkheid krijgen om de waarheid te achterhalen. Ja, dat is een mening, maar nu ook vervat in allerlei wetten en verdragen. Het gaat om een recht dat iemand kan inroepen en waarin de Nederlandse regering een zorgplicht heeft om hiertoe te handelen.

Angst zaaien

Er zijn een paar reacties te vinden op Social Media waarin wordt aangegeven dat de uitzending van Zembla angst zou hebben gezaaid onder de groep geadopteerden. Uiteraard is het schokkend nieuws voor iedereen. Wie wil nou horen dat je als kind mogelijk geronseld bent en voor een paar honderd gulden bent verkocht? Geadopteerden uit o.a. Indonesië die al hebben gezocht naar hun biologische ouders, krijgen wellicht het besef dat er een duistere reden is die ten grondslag ligt aan het feit dat hun zoektocht telkens op een doodlopend spoor uitliep. Uit de getuigenverklaringen die stichting Mijn Roots heeft verzameld, kan worden geconcludeerd dat het werkelijke verhaal achter het afstand doen van een kind door een moeder, niet altijd overeenkomt met wat op de afstandsverklaring werd beschreven.

Het is een keuze, of wij zeggen niets of wij zijn er open in. De berichten die wij ontvangen van geadopteerde volwassenen zijn erg openhartig en uiteraard heerst er ook angst en onzekerheid die eerder was weggestopt, maar nu weer naar boven komt drijven. Helaas is angst een bijkomend effect maar dat is niet te voorkomen. Stichting Mijn Roots stuit nu eenmaal op misstanden. Er zijn geadopteerden die hun biologische ouders hebben gevonden maar na jaren toch een DNA test hebben gedaan, en waarvan achteraf blijkt dat het niet de ouders zijn die in de afstandspapieren staan. Waarom zouden wij dit moeten achterhouden? Naar mijn mening is dit een onderwerp dat in alle openheid moet worden besproken, en zonder geheimen. Hoe hard de waarheid ook kan zijn.

Adoptieouders willen ook de waarheid

De claim die ik heb ingediend namens stichting Mijn Roots, moet volledig los worden gezien van de vraag of het adoptiekind later een goede toekomst heeft gehad en zich heeft kunnen ontplooien. Ook ontvingen ik, stichting Mijn Roots en mevrouw Veenendaal (die dappere vrouw die ook te zien was in Zembla met haar verhaal) van enkele adoptieouders berichten dat ook zij zich misleid, dan wel bedrogen voelen, hoe gelukkig zij ook zijn met hun adoptiekind. Het gaat om enkele adoptieouders die verder een hele goede band hebben met hun adoptiekinderen maar in de jaren ’70 en ’80 nooit iets hebben vernomen van het Ministerie van Justitie over de reeds binnengekomen signalen omtrent illegale adopties vanuit Indonesië. Ook zijn er adoptieouders die al enige tijd twijfelden over of hun adoptiekind wel de echte biologische moeder heeft teruggevonden en die de waarheid boven tafel willen krijgen. Het was nooit hun bedoeling om op onrechtmatige wijze iemands kind af te nemen. Helaas is kort geleden weer gebleken dat mogelijk sprake is van vervalste papieren omdat een vermeende kinderhandelaarster betrokken is geweest bij de adoptie. Een DNA test kan dus nog een en ander uitwijzen. 

Wij krijgen berichten van adoptiemoeders die meevoelen met de biologische moeders die mogelijk nog zoeken naar hun verloren kind. Een adoptiemoeder die te goeder trouw een kind heeft geadopteerd uit Indonesië maar nooit officieel is geïnformeerd over illegale wantoestanden, verzoekt de Minister Dekker (Rechtsbescherming) in een brief om erkenning van het verwijtbare nalatig handelen door het Ministerie van Justitie in de jaren '70 en '80.

Verder wil ik nog kort benoemen dat in de Tweede Kamerhandelingen in die periode ook is geschreven over illegale adopties door toedoen van wensouders in Nederland en door adoptiebemiddelingsbureau ’s, maar ook hiertegen werd niet adequaat opgetreden. Het ging dan om het adopteren van een kind zonder dat er beginseltoestemming was van het Ministerie van Justitie en werden officiële kanalen omzeilt. In 1979 en 1981 is nog expliciet naar de aantallen gevraagd hieromtrent door Tweede Kamerleden. Ik wil hier verder niet op ingaan, omdat ik dan nog steeds de Nederlandse regering als hoofd verantwoordelijke houdt v.w.b. het wel en wee in Nederland. Die had dus strengere maatregelen moeten nemen op het gebied van, onder andere, strafbaarstelling. Mogelijk hadden de wensouders niet in de gaten dat zij iets fout deden, aangezien het Ministerie er zelf ook niets tegen deed en er allerlei kanalen via Nederland toch bepaalde officiële papieren opgemaakt konden worden, zodat het kindje Nederland kon inreizen.

Geen reactie kindertehuis Jakarta

Om binnen de context van adopties uit Indonesië te blijven, helaas was het bij het Ministerie van Justitie in 1970 en 1980 dus bekend dat er criminele bendes in o.a. Jakarta zijn opgerold en ook dat de directrice van het kindertehuis Kasih Bunda te Jakarta in het begin van de jaren ’80, zes maanden in de gevangenis heeft gezeten. Stichting Kasih Bunda stond op de zwarte lijst bij politieautoriteiten in Indonesië. Dit is nooit “officieel” binnen Nederland gecommuniceerd, terwijl de directrice in de jaren daarna wel meerdere keren Nederland kon binnenkomen, voor een bijeenkomst voor adoptieouders en hun adoptiekinderen uit Indonesië.

Dat Kasih Bunda nu niet wilde reageren toen Zembla er om verzocht, is niet zo gek. De directrice is in 1994 overleden en heeft het kindertehuis met nog zo’n 30 overgebleven kinderen aan haar zoon en zijn vrouw nagelaten. Dat was zijn erfenis, met daarbij elk jaar geadopteerden die voor de deur stonden en wilden zoeken naar waar zij vandaan komen. Door de jaren heen constateerde de zoon, nu dus beheerder van het kindertehuis, dat er heel veel niet pluis was en sprake van valsheid in geschrifte en verduistering van kinderen. Tegen enkele geadopteerden die kwamen zoeken deelde hij ook mee dat de kans aanwezig is dat zij, als gevolg van de wantoestanden omtrent adopties naar het buitenland, teleurgesteld zouden kunnen worden. Helaas is de teleurstelling vele malen bevestigd. De huidige beheerder staat er dus verder los van wat er in het verleden is gebeurd, het was zijn moeder en haar handlangers die er onethische praktijken op na hielden.

Geadopteerden die dan via andere weg gingen zoeken, kwamen inderdaad tot de conclusie dat er totaal geen aanknopingspunten waren of stuitten zelf op vage verhalen, die zij zelf niet konden verklaren. Nu, doordat dit alles naar buiten is gebracht in o.a. Zembla, vallen voor velen de puzzelstukjes in elkaar.

Stichting Mijn Roots

In 2016 is stichting Mijn Roots bij notariële akte opgericht maar voor de oprichting waren enkele huidige bestuursleden al actief voor geadopteerden uit Indonesië die wilden zoeken. In een paar jaar tijd heeft de stichting 22 families herenigd. Hiertussen zitten zelfs gevallen waarin biologische moeders hebben verklaard, dat zij er nooit toestemming voor hebben gegeven dat het kind naar het buiteland zou worden geadopteerd. De moeders hadden het kind bijvoorbeeld (tijdelijk) ondergebracht in een kindertehuis omdat zij ziek waren of moesten werken en konden niet voor het kind zorgen. Maar dat wil niet zeggen dat het kind dan zomaar helemaal naar de andere kant van de wereld kan worden gebracht. In korte tijd is ook gebleken dat bepaalde adressen in documenten niet hebben bestaan en dat er inderdaad sprake is geweest van vals opgemaakte afstandsverklaringen door bijvoorbeeld namen van dezelfde moeders te gebruiken, die daar dus zelf helemaal niets vanaf wisten, of juist van “Acting mothers” die geld kregen om ervoor te zorgen dat het kind naar het buitenland kon worden geadopteerd. In mijn betoog van 6 augustus 2017 staan alle geconstateerde misstanden opgesomd.

Het onderzoek naar illegale praktijken in Indonesië is momenteel nog steeds gaande omdat er steeds meer betrokken personen worden opgespoord, zelfs van een babyronselaar over wie eerst het gerucht rondging dat zij was overleden, maar ineens weer in leven is.

De kennis en de expertise voor wat betreft zoeken naar biologische families in Indonesië, ligt bij stichting Mijn Roots. En alle activiteiten van A tot Z doen de bestuursleden allemaal op vrijwillige basis. De geadopteerde dient alleen een bedrag te betalen dat kostendekkend is, maar de kosten kunnen wel hoog oplopen, met name als papieren in eerste instantie zijn opgemaakt met valse verklaringen en later gelegaliseerd.

Verantwoording in het land van herkomst

Reacties na de Zembla uitzending bevatten ook de stelling dat het land van herkomst, dus ook Indonesië, verantwoordelijk was. Dat klopt als een bus. De Indonesische regering heeft echter enige tijd geleden al officieel erkend dat het fout is gegaan. In 2012 is er een “rehabilitatie bokaal” uitgereikt door het Ministerie van Sociale Zaken van Indonesië aan stichting Asalsya, de Nederlandse vereniging voor geadopteerde Indonesiërs die zich voorheen inzette voor de belangen van geadopteerden uit Indonesië.

Mevrouw A. van Keulen van stichting Mijn Roots heeft contact met het Ministerie van Sociale Zaken in Indonesië (Taskforce Child Trafficking) en is in overleg over wat Indonesië zoal kan betekenen in o.a. zoekacties naar biologische familie en in de opsporing van getuigen of ander bewijsmateriaal. De stichting krijgt in ieder geval al steun vanuit het netwerk in Indonesië dat zij aldaar heeft opgebouwd.

Het klopt dat de Nederlandse regering niet één op één kon controleren of de afstandspapieren vals waren en daarna waren gelegaliseerd. Maar op het moment dat de Nederlandse regering er vanaf wist (de Indonesië Ambassade in Den Haag communiceerde ook voldoende met het Ministerie), dan wel geacht wordt er vanaf te hebben geweten dat er criminele bendes waren die kinderen roofden, had het ervoor moeten kiezen om geen verblijfsvergunningen meer af te geven voor de kinderen, totdat er controle en beter toezicht mogelijk was. Door dit te hebben nagelaten, zijn er ook normen geschonden inzake de destijds geldeden Vreemdelingencirculaire. Hetgeen zich afspeelde tussen de verstrekking van de beginseltoestemming en de regeling van het verblijf van een buitenlands pleegkind, bleef buiten de rechtstreekse waarneming van de overheid (staat letterlijk in de Nota Praktische gang van zaken rondom interlandelijke adopties, 1980). Juist een reden om zich achter de oren te krabben en zich af te vragen of er wellicht niet met haast wet- en regelgeving moest komen voor wat betreft het binnenhalen van kinderen. De Nederlandse regering heeft er echter maar liefst 9 jaar over gedaan om een wet te ontwerpen, gericht op interlandelijke adoptie, zonder tussentijds ook maar maatregelen te nemen.

Op z’n minst zou Nederland haar "medeverantwoordelijkheid" moeten te nemen en een “adequate en praktische” oplossing bieden om zoektochten te kunnen bespoedigen en waarheden sneller te achterhalen, met, o.a. behulp van stichting Mijn Roots die het netwerk met juiste contactpersonen in Indonesië heeft opgebouwd en die de kennis en expertise in huis heeft.

Het recht om te weten wie je bent

Kortom, het gaat voor wat betreft de claim namens stichting Mijn Roots nu niet om de vraag of interlandelijke adoptie hedendaags moet stoppen. Het onderzoek gaat over wat de Nederlandse Staat in de jaren ’70 en ’80 al wist en de claim gaat uit naar het faciliteren van zoektochten om de waarheid te achterhalen en de belanghebbenden te doen toekomen waar zij recht op hebben.

Ten eerste heeft iedereen recht om te weten waar hij of zij vandaan komt. Nu is dit vervat in o.a. artikel 8 van het VN Kinderrechtenverdrag. Een zoektocht kan bemoeilijkt worden als er sprake is geweest van kinderhandel. Nogmaals, niet in iedere adoptie hoeft dit het geval te zijn geweest. Echter, stichting Mijn Roots heeft de criminele organisaties in Indonesië in kaart gebracht en verschillende kindertehuizen en klinieken werkten samen met elkaar (ook daar waar Nederlanders aan het hoofd stonden). Zij constateren regelmatig namen van personen in adoptiedossiers, die achteraf gezien dus betrokken zijn geweest bij het “legaliseren” van vals opgemaakte afstandsdocumenten. Het is dus voor ieder die nog niet de biologische familie heeft gevonden maar dat wel wil, of al een poging daartoe heeft gedaan, allemaal onzeker.

Ten tweede hebben mogelijke slachtoffers recht op een "eerlijk proces" en het is de zorgplicht van de Nederlandse Staat om dit te faciliteren. Dit kan door een financiële tegemoetkoming te verstrekken. Moeten we het smartengeld noemen? Dat is wellicht een ongelukkige woordkeuze, maar zo voelt het nu natuurlijk een beetje wel.

Achteraf erkenning en gefaciliteerd worden met een financiële vergoeding voelt ook wel een beetje als mosterd na de maaltijd. Het is te betreuren dat het zo moet gaan. Maar het is tenminste iets dat voor in het heden kan bijdragen aan iets positiefs voor zowel de geadopteerde en de biologische ouder(s) (en zelfs de adoptieouder) die nog in onzekerheid verkeren. De Nederlandse regering had al in de jaren ’70 moeten ingrijpen om kinderhandel een halt toe te roepen. In verband met het nalatig handelen van de Staat in de jaren ’70 en ’80, kan naar mijn mening een schending van een rechtsplicht worden gezien, welke gerechtvaardigd kan worden toegerekend aan de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat had de plicht om illegale situaties (onrechtmatigde daad) te beëindigen. Dit is nu niet meer mogelijk voor die kinderen die o.a. vanuit Indonesië zijn geplaatst in Nederland. Naar mijn mening kan de Nederlandse Staat nog wel overgaan tot “rechtsherstel”, in de vorm van een financiële vergoeding (artikel 37 EVRM).

Opsomming van feiten

Ik som in het kort de feiten nog even op, en nu ook weer even in de context van adopties uit Indonesië, omtrent het nalaten van de Nederlandse overheid om in de jaren '70 en '80 illegale praktijken (beter) te voorkomen:
• Er was geen wet- en regelgeving die interlandelijke adoptie reguleerde. In de jaren ‘70 was al bekend dat er kinderen op illegale wijze Nederland binnenkwamen mede door toedoen van bepaalde partijen in “Nederland”. Het Ministerie sprak toen al over “illegale adopties en illegale zelfdoeners” en nog meer in dat soort termen. Ik verwijs naar de parlementaire stukken uit de jaren tussen 1973 t/m 1989
• In 1980 kwam er een Nota over de praktische zaken rondom Interlandelijke adoptie. De regering zou aan de slag gaan met een wetsontwerp. Maar het bleef bij een wetsontwerp dat onderaan de stapel bleef liggen
• Helaas, criminele organisaties in Indonesië schoten als paddenstoelen de grond uit om aan de hoge vraag van wensouders te voldoen, en omdat het zo makkelijk was om die paar normen die er wel waren (over pleegkinderen opnemen) te omzeilen.
• Omdat er geen regulering, toezicht en goed controlesysteem was, deed iedereen maar wat. Niemand voelde zich verantwoordelijk. De regering vond het ten slotte ook geen prioriteit.
• Echtparen die te goeder trouw een kind adopteerden, zijn nooit formeel geïnformeerd of “juist voorgelicht” over wat de NL regering al wist. Er waren al krantenberichten maar niet iedereen bereikten die. De Nederlandse regering had echter ook toen al een zorg- en informatieplicht naar de aspirant adoptieouders toe, maar voldeed hier niet aan.
• Indonesië rolden steeds meer criminelen op die kinderen ontvoerden en verzocht ook Nederland om maatregelen te nemen, aangezien er zonder controle kinderen een verblijfsvergunning kregen.
De documenten leken zo “echt”. De regering wist al van mogelijke vervalsingen af en had moeten onderzoeken. Dan is het wel bijzonder dat nu wel blijkt dat er veel afstandspapieren bol staan van vervalsingen. Waarom kon daar niet eerder op toe worden gezien?
• Volgens de regering konden ze niets doen want ze hadden geen bevoegdheid in Indonesië. Klopt, maar zij hadden wel de bevoegdheid in Nederland, daar waar de verblijfsvergunningen werden afgegeven aan die kinderen die uit Indonesië kwamen. Voor toekomstige adopties had het Ministerie van Justitie het beleid kunnen aanpassen of bijvoorbeeld geen verblijfsvergunningen meer afgeven voor kinderen uit Indonesië totdat er een betere regulering was. En dit al communiceren vóórdat wensouders op de wachtlijst zouden komen te staan, dan wel bij de aanvraag voor een beginseltoestemming
• Nogmaals: de Nederlandse regering wist er van, deed niks aan toezicht en controle of een tijdelijke stop totdat er een goede oplossing zou zijn, zelfs op “jarenlang” aandringen van Tweede Kamerledenleden en andere experts
• Daar waar in Indonesië criminelen in de gevangenis belanden, stonden andere criminele partijen op om de handel voort te zetten (zo werkt dat nu eenmaal, vooral in corrupte landen). Indonesië erkende dat het helemaal fout ging en wilde tot een oplossing komen.
Nederland hield namelijk ook de weg vrij voor lucratieve handel, aangezien ook in Nederland bepaalde partijen de handel in kinderen in stand lieten. Tevens werd veel overgelaten aan de particuliere markt. De adoptiepraktijk was ook in Nederland onoverzichtelijk
• Het Ministerie van Justitie en de directeur van Bureau Interlandelijke adoptie (gesubsidieerd door het Ministerie van Justitie) voelde er destijds niks voor om, op herhaaldelijk verzoek vanuit Indonesië, particuliere kanalen in Nederland binnen de adoptiepraktijk te bundelen in één instantie om o.a. beter toezicht en controle mogelijk te maken (bron: PU artikel 23 augustus 1979 en kamerstukken). Er moest kennelijk sprake zijn van een vrije handelsmarkt in kinderen
• Indonesië sloot in het jaar 1981 tijdelijk de deuren voor interlandelijk adoptie, alléén voor Nederland. Dat vormde echter een probleem in Nederland omdat wensouders hun toegewezen kind niet meer konden ophalen. Echter, formeel is door het Ministerie nooit de reden verteld voor het sluiten van de deuren. Het ging niet namelijk niet om een enkele ontvoering van een kind dat werd teruggeëist. Het was veel groter. Er gingen geruchten en verhalen rond die achteraf niets met de reden te maken hadden, zoals dat het economisch beter ging met Indonesië of omdat er simpelweg geen kinderen meer overbleven aldaar.
• Overigens is het niet wenselijk om een keuze tussen wel of niet adopteren aan de wensouder over te laten, en juist die al jaren op een wachtlijst stonden. Zij waren uiteraard en logisch gezien gefocust op hun toekomstige adoptiekindje en zaten op een roze wolk. De Nederlandse regering had de macht en de plicht om maatregelen te nemen en iedereen op “officiële wijze” te informeren en juist voor te lichten
• De directrice van het kindertehuis Kasih Bunda te Jakarta (waar heel veel kinderen vandaan zijn gekomen en te boek stond als betrouwbaar) had in het begin van de jaren ’80, zes maanden in de gevangenis gezeten. Stichting Kasih Bunda stond op de zwarte lijst bij politieautoriteiten in Indonesië. De Indonesië Ambassade in Den Haag communiceerde ook met het Ministerie hierover. Dit is echter nooit “officieel” aan aspirant adoptieouders gecommuniceerd. De directrice kon in de jaren daarna zelfs wel meerdere keren Nederland binnenkomen, voor een bijeenkomst voor adoptieouders en hun adoptiekinderen uit Indonesië georganiseerd door particuliere adoptiebemiddelaars.
• Indonesië sloot in 1983 definitief de deuren voor alle landen zodat de kinderen ook niet meer via andere landsgrenzen konden binnenkomen (interlandelijke adoptie vanuit Indonesië kan alleen onder strenge voorwaarden)
• Pas in “1989” kwam de Nederlandse regering met een wet gericht op regulering van interlandelijke Adoptie
• Met een wet alles waterdicht? Nee. Als voorbeeld, wij hebben het wetboek van Strafrecht maar evengoed worden elke dag strafbare feiten en misdrijven gepleegd. Het gaat er echter wel om wat je als Nederlandse Staat uitdraagt naar de gemeenschap. Het signaal zou moeten zijn geweest: Vrije markt in kinderen en ontvoeringen van kinderen is niet oké!
• Blijkbaar lag de verantwoordelijkheid om kinderhandel te voorkomen volgens de Nederlandse regering enkel en volledig bij het zendende land. Dat is bijzonder, omdat als er 3.040 kinderen uit Indonesië het land zijn binnengekomen maar een regering er niet naar om kijkt hoe deze kinderen dan binnenkomen, en dat in veel gevallen de vervalste afstandspapieren op mysterieuze wijze toch “gelegaliseerd” konden worden

Als laatste: Waarom een financiële tegemoetkoming

In Zembla en Pauw vertelde ik niet alleen met mijn juridische, maar vooral met mijn persoonlijke pet over de misstanden in Indonesië, over het feit dat ook mijn papieren vals zijn en het effect daarvan op bepaalde aspecten in het leven, hoe goed ik het hier ook heb. Mijn persoonlijke betrokkenheid maakt mij extra strijdlustig voor erkenning en waarheidsvinding.

“Er zijn misdaden gepleegd. Het is eigenlijk bizar, dat als je geadopteerd bent en er is sprake van vervalste papieren, dat je je eigen misdaad moet oplossen en dat je daarvoor moet betalen.”

Ik heb in september 2017 al een verzoek ingediend bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en daarna op het Ministerie overleg gepleegd. Omdat dit niet in iets vruchtbaars heeft geresulteerd, heb ik verzocht om een schriftelijke inhoudelijke reactie op mijn verzoek. Daarna heb ik een brief ontvangen om het verzoek juridisch te onderbouwen met argumenten op grond waarvan Staatsaansprakelijkheid kan worden aangenomen. Het is nu wachten op reactie van het Ministerie. Het liefst blijven wij weg van een juridische procedure, omdat die ook lang zal gaan duren. En nota bene willen wij erkenning niet afdwingen via de rechter.

Voor informatie

Zoektochten en vragen over dossiers: http://www.mijn-roots.com/
Voor vragen over de claim: info@ojau.nl

Teken hier de petitie. Dank u wel!

D. Deijle

Juriste (OJAU-Rechtskundig adviesbureau)

Terug naar Dossier Adoptiezaken

Oproep aan geadopteerden