Ontwikkelingen en samenwerking

Blogartikel door: D. Deijle
Gepubliceerd op www.ojau.nl, 24 mei 2019

Misstanden, illegale adopties, gelegaliseerde kinderhandel. Allemaal bewoordingen die vooral in de laatste jaren veelvuldig de revue zijn gepasseerd in het nieuws en op sociale media. Er komen steeds meer verhalen boven tafel. Steeds meer geadopteerden laten van zich horen.

Ik weet het nog goed. In januari 2017 ben ik met een onderzoek gestart naar wat de Nederlandse Staat al wist van ontoelaatbare praktijken rondom adopties van kinderen uit Indonesië in de jaren ’70 en ’80. Gebleken is dat het Ministerie van Justitie destijds al vele signalen had ontvangen maar die niet serieus nam, zoals het vreemdelingenbeleid aan te scherpen en het nemen van andere preventieve maatregelen om toezicht en controle te bevorderen.

Op van 8 maart 2017 publiceerde ik voorzichtig mijn eerste blogartikel, 'Het recht op ‘eerbiediging van de identiteit’, over dit onderwerp. Heel toevallig op de dag en datum waarop voor Nederland toen 22 jaar geleden het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) in werking trad. In het blogartikel schreef ik dat ik zou gaan onderzoeken of ik de Nederlandse Staat (mede)aansprakelijk kon stellen voor de misstanden rondom adopties van kinderen uit Indonesië.

Na mijn dit blogartikel heb ik samen met stichting Mijn Roots de handen ineen geslagen. Nooit gedacht dat vanaf toen een strijd begon die, naar het lijkt, niet te winnen valt zonder dat daarbij een rechter aan te pas komt. Erkenning van de misstanden in adoptieprocedures moeten blijkbaar juridisch worden afgedwongen. Gelukkig zijn er wel enkele ontwikkelingen, we hebben samen hard gewerkt en gestreden. We hebben de Nederlandse Staat (op niet-officiële wijze, dus nog zonder dagvaarding) aansprakelijk gesteld, we hebben media aandacht gekregen, we hebben de politiek benaderd en nu komt er vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid toch een onderzoek door een commissie naar interlandelijke adopties in het verleden. We hadden overigens gepleit voor een parlementaire enquête, maar helaas is die er niet van gekomen.

Mijn Roots, Plan Angel en Shapla samen de handen ineen

Niet alleen stichting Mijn Roots, ook andere belangenorganisaties onderschrijven deze visie en benadrukken het belang van onafhankelijk, zorgvuldig en diepgaand onderzoek. Op 23 mei 2019 heeft stichting Mijn Roots een reactie verstuurd naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid, op de instelling van de onderzoekscommissie, die van Minister Sander Dekker de opdracht heeft gekregen om adopties uit het verleden te onderzoeken. Dat heeft zij samen met Shapla Community (Bangladesh) en Plan Angel (Colombia) gedaan. In deze reactie richting de onderzoekscommissie staan enkele kanttekeningen en zijn er een aantal zaken benadrukt.
Kort samengevat:
• Houd niet strak aan illegale adopties, kijk ook naar gelegaliseerde kinderhandel
• De structurele aard van de misstanden
• Onderzoek naar het handelen in strijd met het destijds geldende Vreemdelingenbeleid
• Adoptie is een transnationale aangelegenheid – geen grenzen in de verantwoordelijkheid
• De belangenorganisaties en experts die het veldwerk verrichten betrekken in het onderzoek

En vooral, er is NU concrete hulp nodig voor de geadopteerden die willen zoeken naar waar zij vandaan komen.

Op 25 maart 2019 hebben de belangenorganisaties samen hun visie kenbaar gemaakt aan de Minister. De visie gaat over de noodzaak van concrete passende hulp op dit moment. Hij verwacht een gezamenlijk plan van alle belangenorganisaties samen, maar voor Mijn Roots, Plan Angel en Shapla lijkt dit geen haalbare kaart. Daar zal dan een strakke coördinatie op moeten komen. Tevens lijkt het erop alsof de focus ligt op het organiseren of het oprichten van een organisatie, wat ook tijd en geld kost, terwijl het belang van de geadopteerde voorop staat. De belangenorganisaties Mijn Roots, Plan Angel en Shapla vinden dat de geadopteerden een kostenvergoeding zouden moeten krijgen voor hun zoektochten. Als de Minister echt vindt dat er een organisatie moet zijn die kostenvergoedingen beheert en managet, houdt het dan op z'n minst bij de belangenorganisatie zelf die het dichtst bij de geadopteerden staat en die al alle kennis en expertise in huis heeft.

Wat hebben deze stichtingen met elkaar gemeen?

Deze stichtingen verrichten veldwerk voor geadopteerden in het land van herkomst en tegelijkertijd proberen zij de biologische ouders die hun kind zijn verloren en zoeken, een gezicht te geven. De stichtingen hebben sinds het algemeen overleg over interlandelijke adoptie van de Tweede Kamer op 24 januari 2018 contact met elkaar om kennis en ervaring uit te wisselen, en omdat zij in het belang van geadopteerden met zoekbehoefte dezelfde doelen nastreven:
⇒ Hun core business is; biologische ouders met hun verloren kinderen herenigen.
⇒ Daarnaast strijden zij voor erkenning van de fouten die zijn gemaakt in adoptieprocedures door de Nederlandse Staat
⇒ En pleiten zij voor een tegemoetkoming in de kosten voor de geadopteerden die gewoonweg het recht hebben om te weten waar zij vandaan komen. In artikel 8, tweede lid van het Kinderrechtenverdrag is dit recht vastgelegd.

De samenwerking is dan ook puur gericht op deze pijlers en niet op alle andere zaken die de belangen van geadopteerden raken.

Niet elke belangenorganisatie die geadopteerden uit een bepaald land op wat voor manier dan ook ondersteunen, streven deze doelen na. En dat hoeft ook niet. Ieder heeft zijn eigen missie, wensen en behoeften. Die van Mijn Roots, Plan Angel en Shapla liggen dicht bij elkaar. Vandaar dat zij de handen ineenslaan.

Verder, het is een lange weg te gaan die we zeker niet alleen moeten voeren. We zullen zien wie de langste adem heeft.

Lees hier:

⇒ Reactie op de instelling onderzoekscommissie en onderzoeksopdracht MR-SH-PA 220519
⇒ Visie op de regulering van een financiële tegemoetkoming - MR-SH-PA 250319
⇒ Nu concrete hulp nodig
⇒ Adoptie Indonesië in de media
⇒ Terug naar Adoptiezake