Een belangrijke oproep van stichting Mijn Roots als reactie op de instelling van de onderzoekscommissie, onder leiding van Tjibbe Joustra

Gepubliceerd op deze pagina op 3 mei 2019.
Dit bericht is tevens naar de Tweede kamer gestuurd.
-----------------------------

Op 25 april 2019 maakte Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming de instelling van de commissie en de reikwijdte van het onderzoek naar illegale adopties in het verleden bekend. Het onderzoek richt zich op de landen Indonesië, Bangladesh, Colombia, Brazilië en Sri Lanka in de periode van 1967 tot 1998.

Voor wat betreft het onderzoek naar adopties vanuit Indonesië tussen 1971 en 1984, benadrukt stichting Mijn Roots dat moet worden gekeken naar zowel de misstanden in Indonesië zelf, als ook wat Nederland hier aan had kunnen en moeten doen. De stichting heeft een schat aan onderzoeksgegevens waaruit helaas de conclusie kan worden getrokken, dat het vaker eerder niet goed dan wel goed is gegaan.

Aansprakelijkheid

Juriste Dewi Deijle, zelf geadopteerd uit Indonesië, heeft de rol van het ministerie van Justitie in die jaren onderzocht. In 2018 stelde zij namens stichting Mijn Roots en de groep geadopteerden uit Indonesië met zoekbehoefte de Nederlandse Staat aansprakelijk, op grond van dat die haar zorgplicht heeft verzaakt. In Indonesië ging het vooral om gelegaliseerde kinderhandel, en dat werd door Nederland genegeerd. Volgens Deijle is er wel degelijk een causaal verband. De passieve houding van Nederland heeft eraan bijgedragen dat de vraag naar kinderen op een gegeven moment hoger was dan het aanbod, met als gevolg dat kinderen werden geronseld en ontvoerd ten behoeve van adoptie. De Indonesische regering heeft in 1983 het adoptieverbod voor buitenlanders niet voor niets afgekondigd.

Het ministerie wendde in mei 2018 echter nog elke vorm van verantwoordelijkheid van zich af. Het stond iedereen vrij om naar de rechter te gaan, aldus minister Dekker. Van een serieuze en juridisch onderbouwde afhandeling was totaal geen sprake, vindt Deijle.

Niet wachten op resultaten onderzoek, concrete hulp noodzakelijk

Ondanks dat het onderzoek door een externe commissie ervan gaat komen, moet nu concrete hulp worden geboden aan geadopteerden die (willen) zoeken naar wat er is gebeurd rondom hun adoptie, zeggen Ana van Valen en Christine Verhaagen, oprichters van stichting Mijn Roots. Er leven belangrijke vragen bij veel geadopteerden, zoals: wat is er gebeurd met mij vanaf het moment dat ik geboren bent tot aan het moment dat ik in het kindertehuis kwam? Of, onder welke omstandigheden ben ik in een kindertehuis gekomen? Wie was ik voordat er met mijn identiteit was geknoeid? Was mijn adoptie terecht? Het zoeken naar zoveel mogelijk puzzelstukjes is alleen haalbaar als hier passende steun voor wordt geboden. Denk aan een financiële tegemoetkoming voor de feitelijke kosten die gemoeid zijn met zoektochten en DNA-testen, en kosteloze toegang tot dossiers met informatie over de adoptieprocedure. Het belang van goede nazorg is groot. Door de praktijken van destijds hebben geadopteerden en families daar nu mee te dealen.

Randvoorwaarden onderzoek

Stichting Mijn Roots pleitte eerder al voor een parlementaire enquête. Nu minister Dekker heeft gekozen voor een ander middel, hoopt de stichting dat hiermee wel echt aan de wens wordt tegemoet gekomen om serieus en diepgravend onderzoek te verrichten, dus ook naar wat de adoptiebemiddelaars wisten en konden weten en dat getuigen worden gehoord. Tevens is het prioriteit dat de onafhankelijkheid van het onderzoek wordt gewaarborgd en dat (alle schijn) van belangenverstrengeling uitgesloten moet worden.
Verder moet de onderzoekscommissie zich niet beperken tot onderzoek naar het actief handelen van Nederlandse overheidsambtenaren, maar ook moet worden gekeken naar de nadelige effecten die zijn ontstaan als gevolg van het wegkijken van ontoelaatbare praktijken die samenhangen met adoptie, en waar het ministerie van Justitie in de jaren ’70 al van op de hoogte was.

Gezamenlijke visie

Niet alleen stichting Mijn Roots, ook Plan Angel (Colombia) en Shapla Community (Bangladesh) bepleiten de noodzaak van passende hulp en onderschrijven de randvoorwaarden voor het onderzoek door de externe commissie. De stichtingen hebben gezamenlijk hun visie gecommuniceerd aan minister Dekker en steunen elkaar in de strijd voor erkenning van de fouten die zijn gemaakt in adopties, en voor een tegemoetkoming in de kosten voor de geadopteerden die gewoonweg het recht hebben om te weten waar zij vandaan komen. In artikel 8, tweede lid van het Kinderrechtenverdrag (IVRK) is dit recht vastgelegd.

De stichtingen verrichten veldwerk voor geadopteerden in het land van herkomst en tegelijkertijd proberen zij de biologische ouders die hun kind zijn verloren en zoeken, een gezicht te geven. De onderzoekscommissie zou deze stichtingen dan ook moeten raadplegen als het gaat om hun jarenlange ervaring, expertise en de onderzoeken die zij hebben verricht naar de misstanden.

Of een civiele procedure om erkenning en concrete hulp, gezien de laatste ontwikkelingen, alsnog wordt ingezet is een zware afweging. Er zijn zoveel en grote belangen mee gemoeid, maar het is ook zonde van de tijd, energie en het geld. Het gaat stichting Mijn Roots om de morele verplichting tot kostenvergoeding ten behoeve van waarheidsvinding. Nogmaals, met concrete hulp moet niet worden gewacht totdat het onderzoek in oktober 2020 is afgerond. Want wat daarna dan weer gaat gebeuren, dat weet ook nog niemand, ook het ministerie van Justitie niet. En wie weet is het straks voor velen te laat.

Terug naar adoptiezaken