Als kind geadopteerd, nu volwassen, maar wie ben ik?

Blogartikel door: Dewi Deijle
Gepubliceerd op www.ojau.nl, 8 maart 2017

Een opmerkelijk en interessant artikel in BN DeStem op 3 maart 2017. Een volwassen man, in 1980 als Braziliaanse baby geadopteerd en terechtgekomen in Nederland, die nu via een gerechtelijke procedure het recht op informatie probeert af te dwingen bij zijn adoptieouders die volgens hem informatie hebben achtergehouden omtrent zijn (illegale) adoptie. U zult vast denken, wie sleept zijn ouders nou voor de rechter? Terecht of onterecht? Ik geef hier geen mening over, niettemin gaf dit artikel aanleiding om de rechten van iemand die geadopteerd is nader te beschouwen. Feit is namelijk wel, ieder kind heeft het recht om te weten wat zijn of haar afkomst is. Dit is neergelegd in het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK), welk gebaseerd is op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) op 20 november 1989. Voor Nederland trad het VN-Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995 in werking.

In dit artikel wordt niet de adoptieprocedure, dan wel de misstanden hieromtrent ter discussie gesteld, hoewel ik in de context van het onderwerp de minder rooskleurige zaken in meer of mindere mate wel ter onderbouwing moet vermelden. Evenmin is dit artikel geschreven vanuit een psychologisch of sociaal-maatschappelijk perspectief, in die zin dat niet wordt ingegaan op de problematiek rondom adoptie, de psychologische ontwikkeling van het geadopteerde kind en problemen zoals ontwikkelingsstoornissen en andere mogelijke gedragsproblemen die zich kunnen openbaren als gevolg van dat het kind is afgestaan, alsmede op het (wetenschappelijk) onderzoek hieromtrent. Voorts is het niet de bedoeling om op wat voor manier dan ook te propageren over het goede van adoptie of te beargumenteren wat er slecht aan is. In het algemeen is het sowieso raadzaam dat men voorzichtig is met het ventileren van ‘meningen’ over de goede en slechte kanten van adoptie, aangezien het (on)geluk van het geadopteerde kind kan afhangen van onder andere de wijze waarop het kind via adoptie in een ander gezin is geplaatst en de omstandigheden waarin het kind terecht is gekomen. Dus wie of wat bepaalt dat adoptie al dan niet goed is voor een kind, dat moet per individueel geval worden bekeken, hoewel de ervaring met betrekking tot de adoptie van subjectieve aard is en zich niet echt leent voor een objectieve beoordeling.

"Ik wil hier de problematiek aanhalen rondom de zoektocht van een volwassen persoon, die als baby of kind naar Nederland is gekomen via interlandelijke adoptie"

Praktische problemen kunnen zich voordoen bij de geadopteerde in een zoektocht naar de eigen identiteit. In dit kader zijn bepaalde rechten van belang die een geadopteerde naar mijn mening zou kunnen inroepen.

Een korte beschouwing op interlandelijke adoptie

Nederland voerde op 1 november 1956 de eerste adoptiewet in die aanvankelijk bedoeld was voor adoptie van in Nederland geboren kinderen. Spoedig daarna kwam ook de adoptie van kinderen uit het buitenland op gang dat voor adoptieouders als een belangrijk voordeel werd gezien. Zij konden er namelijk zeker van zijn dat zij later op de een of andere manier niet zouden worden geconfronteerd met de biologische ouders. Een belangrijke reden voor de invoering van de adoptiewet was dan ook om te voorkomen dat de afstandsouders het kind zouden terugvragen (Nota, J.A.,1970, ‘De adoptie, rechtsinstituut in ontwikkeling’, Deventer; Kluwer). Een belangrijke consequentie was dus dat er sprake was van een volledige verbreking van de familiebanden en dat het adoptiekind en adoptieouders geen identificerende gegevens van de oorspronkelijke ouders kregen. Of deze consequentie voortvloeiende uit die adoptie wet- en regelgeving daadwerkelijk noodzakelijk was, daar kan door bepaalde feiten en omstandigheden in de loop der tijd twijfels over bestaan.

Al die adoptieouders zullen hun eigen beweegredenen hebben gehad bij hun wens om een kind uit het buitenland te adopteren, maar het lijkt mij sterk dat het voor alle adoptieouders geldt dat zij bang waren voor biologische ouders, die later ineens op hun stoep zouden staan om hun kind terug te eisen. Een kind adopteren doe je niet zomaar. Als Nederlandse ouders moet je aan allerlei voorwaarden voldoen om een kind te kunnen adopteren en is de adoptieprocedure omgeven van nationale en internationale wet- en regelgeving. Het kan jaren duren voordat aspirant-adoptieouders een kindje krijgen ‘toegewezen’. Een kind mag ook alleen geadopteerd worden door buitenlandse ouders indien het niet bij zijn of haar biologische familie kan opgroeien of wanneer er geen adoptie- of stabiel pleeggezin in eigen land kan worden gevonden (subsidiariteitsbeginsel). Zo is het verwoord in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989 (omtrent de bescherming van kinderen wier biologische ouder geen adequate zorg kunnen bieden) en de Haagse Conventie voor Interlandelijke Adoptie, geratificeerd in 1993. De beginseltoestemming moet worden verleend door het Ministerie van Justitie. Die is verantwoordelijk voor de naleving van al die regels en de bescherming van de rechten voortvloeiende uit die nationale en internationale regelgeving.

Adoptie was toen en is nu nog meer omgeven met regels en procedures. Het is echter ook bekend dat in het verleden vele adopties onderdeel waren van illegale adoptiepraktijken. Vooral in de jaren ‘ 70 en ’80 werd op grote schaal baby’s via de illegale weg ter adoptie afgestaan. Het gaat er hierom dat de nu volwassenen die in deze jaren via interlandelijke adoptie in een ander land zijn geplaatst, bij het zoeken van de eigen identiteit problemen kunnen ondervinden als gevolg van onrechtmatige adopties. De adoptie, goed of slecht, kan vanuit dit perspectief dus een vervelende nawerking hebben waar wellicht niet goed over is nagedacht bij de invoering van de adoptiewet. Weliswaar staan de biologische ouders niet voor de deur om hun kind terug te eisen, maar juist het kind zelf opent die deur voor het contact, in ieder geval voor wat betreft de behoefte om te achterhalen waar zijn of haar roots ligt. En dat hoeft helemaal niets te maken te hebben met de liefde die het kind al dan niet bij de adoptieouders ervaart. Niet elke geadopteerde heeft moeite met het feit dat hij of zij geadopteerd is. Echter, de behoefte om te zoeken naar zijn of haar ‘identiteit’ kan er wel zijn. Wanneer in welke levensfase die behoefte zich overigens openbaart, kan weer afhankelijk zijn van bepaalde levensgebeurtenissen (overlijden van adoptieouders, kinderen krijgen, gebeurtenissen in de relationele sfeer, e.d.). Maar even relativerend, is het eigenlijk niet zo dat in feite ieder mens, geadopteerd of niet, wil weten waar hij of zij is geboren en wie de (voor)ouders en eventuele overige familieleden zijn? U staat er misschien niet direct bij stil omdat het zo vanzelfsprekend lijkt en de informatie doorgaans voor de meeste mensen beschikbaar is, maar dat geldt dus helaas lang niet voor iedereen. Maar dat zou, waar dat mogelijk is, wel zo moeten zijn.

Het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK)

In de preambule worden de basisprincipes van de Verenigde Naties uiteengezet en komen relevante bepalingen van belangrijke mensenrechtenverdragen en -verklaringen aan de orde. Bevestigd wordt het feit dat kinderen vanwege hun kwetsbaarheid behoefte hebben aan speciale zorg en bescherming.

Artikel 7, eerste lid, Verdragstekst luidt als volgt: Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwerven en, voor zover mogelijk, het recht zijn of haar ouders te kennen, en door hen te worden verzorgd.

Dit verdragsartikel vormt de basis voor de zaak van de geadopteerde volwassen man van Braziliaanse komaf. Vanuit dit juridische perspectief zijn er mijns inziens nog enkele andere verdragsteksten te noemen die van belang kunnen zijn om de rechten van het kind, die via interlandelijke adoptie zijn geplaatst in een ander land, te waarborgen. Die zal ik later in dit artikel nog aanhalen. Het gaat er in deze zaak om dat de ouders op de hoogte waren van het feit dat zij te maken hadden met een valse geboorteakte, maar toch regelden zij hiermee reisdocumenten waardoor zij hun zoon naar Nederland konden reizen. Zijn ouders zouden informatie hebben achtergehouden omtrent zijn afkomst en de wijze waarop hij naar Nederland is gekomen: via illegale adoptie. Bizar natuurlijk, als het werkelijk zo is. Deze ouders zullen daarvoor hun redenen hebben gehad. Wel of niet goed maar dat laat ik maar in het midden. Blijkbaar is van deze geadopteerde man uit Brazilië de toegang tot het recht om zijn biologische ouders te kennen, ontnomen.

Het ministerie van Justitie is ermee bekend dat in bepaalde landen de adoptieprocedure op een aantal belangrijke punten niet voldeed aan de vereisten, zoals dat het soms bijna onmogelijk was om de status van een kind vast te stellen doordat een vals geboortebewijs of een bewijs van verlatenheid voor een zeer gering bedrag werd verkregen. Hiermee kon de opname van kinderen in een kindertehuis of adoptiecentrum worden geformaliseerd, dus met valse documenten. En ook, adoptiebemiddelaars kochten kinderen van de ouders voor luttele bedragen of haalden de kinderen weg onder valse voorwendselen. Verschillende partijen werkten samen om het mogelijk te maken dat een kind op onrechtmatige wijze naar het buitenland kon reizen. Het schijnt in meerdere landen voor te zijn gekomen dat de biologische ouders onbekend waren met de adoptieprocedure of zelfs niet wisten dat hun kind voor interlandelijke adoptie in aanmerking was gekomen. De laatste tijd staat het onderwerp adoptie weer ter discussie en kunnen we regelmatig in verschillende media lezen over de vraag of Nederland wellicht moet stoppen met adopties uit het buitenland. In welke mate tegenwoordig nog sprake is van illegale adoptie, daar doe ik geen uitspraken over. Voor wat betreft het verleden zou ik in ieder geval wel voorzichtig kunnen zeggen dat er bij veel adopties, dus niet bij alle, sprake was van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad. Klinkt ook weer heftig. Maar waarom mooier maken dan het is?

Het komt dus blijkbaar ook voor, hoe onwerkelijk dit ook klinkt, dat er adoptieouders zijn die er vanaf weten dat er op de een of andere manier is gesjoemeld met adoptiedocumenten. Het is overigens niet ondenkbaar dat Nederlandse organisaties die bij interlandelijke adopties bemiddelden, dan wel de vergunninghouders die nota bene onder het toezicht van het ministerie van Justitie vallen, ook op de hoogte waren van bepaalde onrechtmatige praktijken. Ook al hebben alle partijen goede bedoelingen met adoptie, als die partijen er vanaf weten, is er in zekere zin dan geen sprake van medeplichtigheid? Laat ik hier verder geen harde uitspraken over doen, maar het is toch de moeite waard om even stil te staan bij die onrechtmatigheden, en dan meer in het licht van de problematiek rondom zoekacties naar biologische ouders als gevolg van die onrechtmatigheden. Ik neem Indonesië als voorbeeld, helaas een van die landen waarin illegale adoptiepraktijken zich in grote getalen hebben afgespeeld.

Perikelen in de gordel van smaragd

Er zijn tussen 1973 en 1980 in totaal 1788 aantal geplaatste adoptiekinderen met herkomst vanuit Indonesië. Tussen 1981 en 1983 zijn dit er 1252 (Bron: Hoksbergen, R.A.C., 2002, Vijftig jaar adoptie in Nederland, ‘Een historisch-statistische beschouwing’. Adoptie Centrum Universiteit van Utrecht en het Ministerie van Justitie). Na 1983 was het niet meer mogelijk dat er kinderen uit Indonesië werden geadopteerd. Dit had te maken met een samenloop van omstandigheden, zoals dat in het algemeen regeringen waarin Moslims de meerderheid vormen, dus ook Indonesië, negatief stonden tegenover interlandelijke adoptie, gewijzigde politiek, religieuze opvattingen en schandaalverhalen over buitenlandse adopties die rondgingen. Vanuit de Indonesische regering kwam het initiatief de mogelijkheid om een kind uit Indonesië te adopteren, te sluiten. In 1981 werden er al verhalen omtrent de ‘bloeiende handel' in kinderen verspreid. De oplossing was dat de aankomende ouders zelf naar Indonesië moesten komen om hun kind op te halen. Gebleken is dat dit helaas ook niet dé oplossing was om de bloeiende kinderhandel een halt toe te roepen. Er werd nogal creatief omgegaan met de procedureregels. Naar aanleiding hiervan werd er in 1983, op initiatief van de Indonesische regering, een volledige stop op adopties uit Indonesië afgekondigd. Althans tijdelijk, maar daarna zijn de regels voor adoptie door buitenlanders wel degelijk verscherpt.

Er zijn nog wel kinderen na 1983 vanuit Indonesië naar Nederland gekomen. Het aantal geplaatste adopties van kinderen vanuit Indonesië lijken echter na 1983 niet meer te zijn bijgehouden. Althans, cijfers van het Ministerie van Justitie hieromtrent zijn niet bekend. Wellicht vreemd, aangezien er wel degelijk volwassenen zijn die als baby geadopteerd zijn vanuit Indonesië en die op dit moment jonger zijn dan 34. Dit betekent dat zij zijn geadopteerd na 1983, toen dit eigenlijk niet meer mogelijk was. Een reden hiervoor kan zijn dat de adoptieouders al enige tijd, maar wel tijdelijk, in Indonesië woonden. Blijkbaar hadden die dan geen beginseltoestemming van het Ministerie van Justitie nodig aangezien er dan geen gezinsonderzoek in Nederland kon plaatsvinden. De moeite waard om hier eens naar te informeren. De bedenkingen groeien alleen maar. Dit illustreert al dat het niet ondenkbaar is dat de volwassene van nu, die op zoek gaat naar de biologische ouders in Indonesië, tegen een grote muur aanloopt.

Overigens gebeurt het mogelijk nog steeds in Indonesië, die illegale praktijken maar dan met adoptie in eigen land. Op 2 februari 2009 verscheen in het Algemeen Dagblad het bericht in de krant, dat een Indonesisch ziekenhuis in Oost Java, het Subandi ziekenhuis in Jember, een baby zonder medeweten van de ouders liet adopteren tegen betaling van de bevallingskosten. De baby was al een maand gegijzeld omdat de ouders de keizersnede van € 750 niet konden betalen. De politie had een onderzoek gestart naar de illegale adoptie, waarbij diverse medewerkers van ziekenhuis betrokken zouden zijn. De baby is uiteindelijk weer terug gekeerd bij zijn biologische ouders die er gelukkig achter waren gekomen waar de baby terecht was gekomen. Met interlandelijke adoptie is dit natuurlijk veel lastiger, want waar moeten de biologische ouders zoeken? En vaak gaat er een lange periode overheen voordat een kind zelf een zoekactie start, dus als het kind eenmaal volwassen is.

Stichting Mijn Roots

stichting Mijn RootsIk heb gesproken met mevrouw A. van Keulen van stichting Mijn Roots. De bestuursleden van deze stichting geven vanuit hun professionele achtergrond steun aan personen die uit Indonesië zijn geadopteerd. Zij kunnen zich echter ook goed inleven in die personen omdat de bestuursleden zelf geadopteerd zijn uit Indonesië. Naast het zoeken geven zij tips en advies. Als mede-geadopteerden hopen zij voor die personen die een zoektocht willen starten een basis van vertrouwen te zijn. Mevrouw Van Keulen voert de zoektochten uit in Indonesië met een team van vrijwilligers aldaar. Zij spitten de documenten door en gaan vervolgens de dorpen en/of steden in om rond te vragen.

Mevrouw Van Keulen vertelde mij tegen welke problemen zij aanloopt als gevolg van de illegale praktijken die tussen 1974 en 1983 hebben plaatsgevonden. De omstandigheden waarin de baby’s werden geadopteerd waren niet altijd die genoemd werden in de afstandsdocumenten, zoals dat de biologische moeder wegens financiële overwegingen het kind had afgestaan en het kind een goede toekomst wilde bieden. Achtergrondgegevens van geadopteerde kinderen waren niet in overeenstemming met de informatie zoals opgenomen in de dossiers. Inmiddels zijn er tal van individuele verhalen bekend over baby’s die op onrechtmatige wijze zijn weggehaald bij hun biologische moeder en later zijn verhandeld. Deze kinderen kwamen in opvanghuizen terecht die het kind weer ter adoptie aanboden via organisaties die in Nederland bemiddelden in adoptie. Uiteraard geldt dit niet voor alle baby’s die geadopteerd zijn, maar denkt u niet; elk kind dat slachtoffer is geworden van een bepaalde vorm van kinderhandel, is er een teveel!

Bepaalde Nederlandse organisaties die ook hulp bieden bij zoektochten naar de afstamming van een geadopteerd kind uit Indonesië, vertelt mevrouw Van Keulen, geven aan bij het horen van bepaalde namen van personen die mogelijk betrokken waren bij die onrechtmatige praktijken, hun steun niet te willen geven. Want het is te moeilijk, omdat er veel gegevens van zowel de identiteit van het kind als de biologische ouders niet de ware gegevens zijn. Zo werden er bijvoorbeeld valse namen van biologische moeders opgegeven. Het komt regelmatig voor dat een geadopteerde te maken heeft met een biologische moeder die in het adoptiedocument stond vermeld maar die, zoals na een DNA test werd geconstateerd, helemaal niet de biologische moeder bleek te zijn. Ook werden er valse leeftijden opgegeven, sommige kinderen waren in feite ouder dan in werkelijkheid het geval was. Dit kwam vooral omdat werd gesteld dat het beter was om een zo jong mogelijk kindje te adopteren. Men tast vaak al volledig in het duister, maar met valse aanknopingspunten ben je natuurlijk helemaal nergens. Toch heeft stichting Mijn Roots bij een paar zoekacties, waarbij het onmogelijk leek om ook maar iets van 'waarheid' terug te kunnen vinden, met positief resultaat kunnen afsluiten.

“Als wij eenmaal familie of bekenden hebben gevonden, dan krijgen wij de meest bizarre verhalen te horen rondom de adoptie van het kind"

Aldus mevrouw Van Keulen. Overigens, niet alleen wat zij mij verteld, er zijn voldoende individuele verhalen die ik zelf ken waarin feitelijk de rechten van het kind zijn geschonden. Eigenlijk was er sprake van een heel team die er voor zorgden dat adopties mogelijk werden gemaakt, zelfs als dit ten koste ging van de identiteit van het kind.

Stichting Mijn Roots wil op een toegankelijke manier geadopteerden uit Indonesië ondersteunen bij het zoeken naar hun roots. Zij krijgen nu regelmatig aanvragen binnen van volwassenen die geadopteerd zijn uit Indonesië. Sommigen hebben in het verleden een traject bij het Fiom doorlopen maar tevergeefs. Kort geleden heeft stichting Mijn Roots echter in twee  zaken alsnog de biologische moeder gevonden.

Het gaat deze stichting overigens niet alleen om het terugvinden en herenigen met de biologische ouders en eventuele naaste familieleden, maar ook om het achterhalen van de plaatsen waar de kinderen zijn geboren, vroedvrouwen en andere personen die mogelijk meer weten over de geschiedenis van het kind. Stichting mijn Roots vraagt een bedrag van € 150,- en daar doen zij alles mee: zij nemen alle adoptiedocumenten door, zij gaan met vrijwilligers in Indonesië de dorpen in, plaatsen advertenties in kranten, praten met notarissen en andere personen die iets kunnen betekenen in een zoektocht en zij benaderen Indonesische televisieprogramma’s waarin zij dan hun oproep kunnen doen. Een succesfactor kan zijn om zo dicht mogelijk bij het vuur te komen. Zelfs als het betekent dat zij onaangename plekken moeten bezoeken. Zij pakken dus al het mogelijke aan om de slagingskans van een zoekactie te verhogen. Als het gelukt is, vragen zij wel een commissie, meer een vergoeding om hun eigen tijd en kosten enigszins te kunnen dekken.

Het probleem is, vertelt mevrouw Van Keulen, dat de kosten die gemoeid zijn bij een zoektocht naar de roots hoog kunnen oplopen. Als een persoon op bijstandsniveau leeft, dan hebben zij vaak niet de mogelijkheid om via stichting Mijn Roots een zoekactie te starten, ook al vraagt stichting Mijn Roots een relatief laag bedrag. Niet alleen de zoektocht zelf, maar het laten doen van een DNA-test als de vermoedelijke biologische moeder is gevonden kost ook weer geld, of het vertalen van bepaalde documenten. Maar zo is gebleken, wel degelijk van belang.

Het is dus erg lastig om bepaalde gegevens van meer dan 30 jaar terug te achterhalen. Er is ook nog eens enige haast bij als een persoon de biologische ouders wil vinden, want in Indonesië worden mensen doorgaans niet heel oud. Zo zijn er al biologische ouders, familieleden maar ook andere personen die iets zouden kunnen betekenen in de zoektocht, overleden. Er zijn zeker verhalen van geadopteerden die zelfs net te laat waren: de biologische moeder was kort geleden overleden. Als in ieder geval de beschikbare informatie direct zou zijn vrijgegeven door al die partijen die beschikken over die belangrijke informatie, krijgt een geadopteerde tenminste een eerlijke kans om te zoeken naar zijn of haar roots. Mevrouw Van Keulen geeft aan dat er een bemiddelingsorganisatie is die bepaalde informatie gewoonweg niet ‘automatisch’ heeft vrijgegeven terwijl die al jaren over belangrijke identiteitsgegevens beschikt, zoals foto’s van de biologische moeder of andere familieleden. Mevrouw Van Keulen wordt een beetje boos als zij het hierover heeft. Het zijn foto’s die een zoekactie zoveel makkelijker kunnen maken. En die foto’s behoren toch tot het kind. Wat moet een organisatie met die foto’s?

“Wellicht kan het voor de geadopteerde al een bepaalde voldoening geven als er een foto beschikbaar is van de biologische moeder. In ieder geval weet die persoon op wie hij of zij qua uiterlijk lijkt. Dit kan positief bijdragen aan een zoektocht naar zijn of haar identiteit”

Eigenlijk is dit gedrag van bemiddelingsorganisaties waar mevrouw Van Keulen het over heeft niet verwonderlijk. Dit in het licht van de achterliggende gedachte van de Adoptiewet die ik in het begin van dit artikel heb aangehaald: de volledige verbreking van de familiebanden. Maar het blijkt, tegelijkertijd zijn de rechten van het kind, de biologische én de adoptieouders in feite behoorlijk geschaad. Ook de biologische moeder die niet eens wist dat haar kind naar het buitenland werd geadopteerd en jarenlang in onzekerheid heeft moeten leven, en ook die adoptieouders die te goeder trouw een kind uit Indonesië een goede toekomst wilden bieden.

En wie in dit verhaal is dan de boosdoener? De Nederlandse regering, de regering van het land waaruit het kind is geadopteerd, de adoptiebemiddelaars die bij adoptieprocedures begeleiden? De vraag is meer, wie waren er destijds eigenlijk allemaal op de hoogte van die onrechtmatige adoptiepraktijken? Of nog beter, welke partijen kunnen redelijkerwijs worden geacht hiervan op de hoogte te zijn?

Complex verdragsrechtelijk puzzeltje

De Nederlandse regering dient ingevolge de adoptie wet- en regelgeving en het Haags adoptieverdrag van 29 mei 1993, er voor zorg te dragen dat adoptieprocedures worden nageleefd en hier controlerend, en zo nodig, handhavend op te treden als deze worden geschonden. In relatie tot adoptie dient de Nederlandse regering de rechten van het kind te beschermen zoals beschreven in onder andere artikel 21 IVRK (dat gaat over adoptie), artikel 35 IVRK (dat gaat ontvoering van, verkoop van en handel in kinderen) maar ook in artikel 7 IVRK. Deze verdragsartikelen zijn er niet voor niets. De verdragspartijen, dus ook Nederland, zijn volgens het beginsel pacta sunt servanda verplicht om de verdragen te goeder trouw na te komen.

Voor wat betreft de zaak van de man in het artikel van BN DeStem, ben ik benieuwd in hoeverre het hem lukt om de informatie over zijn afstamming bij zijn ouders af te dwingen via artikel 7 IVRK. Het IVKR is namelijk in Nederland op 8 maart 1995 in werking getreden. Deze man die in 1980 is geboren zou dus tussen zijn 15e en 18e levensjaar een beroep kunnen doen, of iemand namens hem omdat hij op dat moment nog minderjarig was, op bepalingen in het kinderrechtenverdrag en via die weg zijn ouders kunnen afdwingen om aan hem informatie te verschaffen. Maar kan hij  hier nu nog rechten aan ontlenen? Voorts beschermt het verdrag de rechten van het kind van 0 tot en met 18 jaar. Hij is nu geen kind meer. Hoe de rechter gaat oordelen in deze zaak is dus een zeer interessant vraagstuk en complex van aard.

Ook voor wat betreft de rechtstreekse werking van het IVRK is nog niet duidelijk hoe de rechter zal oordelen. Rechtstreekse werking hebben die bepalingen die zich daarvoor, gelet op de ‘aard, inhoud en strekking’ van die bepaling lenen, de gebruikelijk formule, zoals die ook in de toelichting bij de Goedkeuringswet wordt gebruikt. In de toelichting bij de Goedkeuringswet is een vrij uitvoerige passage gewijd aan de rechtstreekse werking van het IVRK. Artikel 93 van de Grondwet spreekt hier over bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden nadat zij zijn bekendgemaakt. Of een ieder verbindende bepaling rechtstreekse werking heeft, staat ter beoordeling van de rechter.

In een uitspraak van de Hoge Raad, HR 15 april 1994, NJ 1994, 608, ging het om het recht van een meerderjarig natuurlijk kind op afstammingsgegevens. De HR oordeelde dat het recht om te weten van welke ouders men afstamt niet absoluut is, het moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen wanneer deze in het gegeven geval zwaarder wegen (r.o. 3.3). In de gegeven omstandigheden prevaleert het recht van een meerderjarig natuurlijk kind om te weten door wie het is verwekt, boven het geheimhoudingsrecht van de instelling of (andere) zwaarwegende maatschappelijke belangen en boven het recht op privacy van de moeder om dit tegenover haar kind verborgen te houden.

Dat het in het geval van de geadopteerde uit Brazilië gaat om een zaak tegen zijn ouders, staat mijns inziens een geslaagd beroep op het IVRK niet in de weg. Kinderen maar ook volwassenen die als kind te maken hebben met een complexe zoektocht, moeten hun rechten kunnen halen omtrent de vaststelling van hun identiteit.

Als het gaat om het vaststellen van de identiteit ben ik van mening dat vooral de combinatie van de artikelen 7 IVRK, 8 IVRK en 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) dienst kunnen doen.

Bijna niet los te zien van artikel 7 IVRK is namelijk artikel 8 van het IVRK:

Artikel 8 Eerbiediging van identiteit
1. De Staten die partij zijn, verbinden zich tot eerbiediging van het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden, met inbegrip van nationaliteit, naam en familiebetrekkingen zoals wettelijk erkend, zonder onrechtmatige inmenging.
2. Wanneer een kind op niet rechtmatige wijze wordt beroofd van enige of alle bestanddelen van zijn of haar identiteit, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand en bescherming, teneinde zijn identiteit snel te herstellen.

De verbondenheid van artikel 7 IVRK met artikel 8 van het IVRK ligt hierin, dat het kennen van de ouders genoemd in artikel 7 IVRK mede bepalend is voor de ontwikkeling en behoud van de identiteit zoals omschreven in artikel 8 IVRK. Het ontvangen van informatie over de afstamming van het kind kan van grote invloed zijn op de identiteit van een persoon.

Dit betekent, maar zo stel ik het, dat het kind te alle tijden recht heeft op informatie over zijn identiteit, mede om te kunnen vaststellen of hij of zij via de rechtmatige weg naar Nederland is geadopteerd. Als dit namelijk toch niet zo blijkt te zijn, dan kan er handhavend worden opgetreden. Organisaties die mogen bemiddelen bij adoptie van een kind uit het buitenland, de vergunninghouders, dienen dus ‘alle informatie’ vrij te geven die het kind zouden helpen om de eigen identiteit vast te stellen. Deze informatie kan bestaan uit de afstandsverklaring van de biologische moeder, persoonsgegevens over de biologische ouders en familie van het kind uit het land van herkomst, en ook eventuele foto’s van de biologische ouders.

Artikel 8 EVRM heeft in ruime mate doorwerking gehad in het Nederlandse afstammingsrecht. Het artikel luidt als volgt: recht op eerbiediging van prive-, familie en gezinsleven. Het artikel biedt bescherming tegen een ongerechtvaardigde inmenging in family life.

Naast het recht op respect voor het privéleven omvat artikel 8 EVRM mede het recht op identiteit en persoonlijke ontwikkeling. Het recht op identiteit zoals opgenomen in artikel 8 van het IVRK. Uit nationale en internationale jurisprudentie omtrent het recht van het kind op afstammingsinformatie, blijkt dat de rechter artikel 8 EVRM van grote waarde acht voor het verkrijgen van een recht op afstammingsinformatie voor het kind.

Illegale adoptie levert een inbreuk op artikel 8 EVRM. De combinatie van deze artikelen kan, als het aan mij ligt, ook op die manier geïnterpreteerd worden dat het recht van de volwassene die als kind is geadopteerd en wil zoeken naar zijn of haar roots (identiteit), geëerbiedigd moet worden. Als een geadopteerde wil zoeken naar zijn of haar biologische familie, dan moet dit mogelijk gemaakt worden. Elke manier van onthouding van bruikbare informatie hiervan of toegang bieden tot, is een schending van dit artikel. Ook al gaat het nu om een volwassen persoon, zijn of haar rechten zijn als kind namelijk geschonden.

Natuurlijk kan niet op voorhand worden vastgesteld of een adoptiekind op onrechtmatige manier naar Nederland is gekomen maar daar kan men vaak ook pas achter komen als alle belangrijke informatie boven tafel komt, en men de kans krijgt om te zoeken naar zijn of haar afstamming. Men weet nu eenmaal dat er in Indonesië sprake is geweest van illegale praktijken. Achterhouden van informatie is dus ongewenst. Een volwassen persoon moet ook een eerlijke kans krijgen om achter de informatie te komen met betrekking tot zijn of haar verleden. Een probleem moet nog nader besproken worden, en dat is het kostenplaatje.

Alternatieve oplossing? Een financiële vergoeding vanuit de Nederlandse regering

Adoptie en het recht op eerbiediging van de identiteitBepaalde zaken zijn niet meer recht te trekken, maar belangrijk is de wijze waarop er nu mee wordt omgegaan. Dus een correcte informatievoorziening en de ondersteuning aan die volwassenen die willen weten wat er meer dan 30 jaar geleden met hen is gebeurd.

Het Fiom (minimaal) € 600,- vraagt voor een zoektocht in Indonesië. Als men een DNA test wil laten doen, dan is men ook zo een paar honderd Euro achter de wagen. Sommige personen kunnen dit bedrag niet betalen omdat zij een laag inkomen hebben of zelfs op bijstandsniveau leven. Zo is ook de ervaring van mevrouw A. van Keulen van stichting Mijn Roots.

Eigenlijk rijst nu de vraag: wie is verantwoordelijk voor de kosten van een zoektocht of voor een DNA-test? Dient de volwassen geadopteerde hier zelf voor op te draaien? Of zijn er eigenlijk andere partijen aan te wijzen die hieraan een bijdrage zouden moeten leveren, dan wel (financieel) aansprakelijk gesteld kunnen worden? In dit verband refereer ik naar de door mij aangehaalde verdragsteksten.

Het zou eigenlijk heel mooi zijn als er vanuit de Nederlandse regering financiële middelen worden verschaft om de geadopteerde personen die willen zoeken naar hun roots een eerlijke kans te bieden. Ik denk bijvoorbeeld aan subsidies of andere vorm van financiële vergoeding voor die kinderen én volwassenen die via interlandelijke adoptie in Nederland zijn geplaatst en die willen zoeken naar de biologische ouders, DNA-testen willen uitvoeren of die alleen maar terug willen gaan naar hun land waar zij vandaan komen. Het feit dat iemand alleen al het land van herkomst heeft gezien, kan mogelijk al bijdragen aan de vorming van de identiteit.

Een kind heeft er niet voor gekozen om geadopteerd te worden en al helemaal niet via een illegale weg. Iedereen moet een eerlijke kans kunnen krijgen om hun ouders te kennen.

Artikel 7 van het IVRK heeft in de rechtspraak een grote een rol gespeeld als het gaat he afstammingsrecht. Uit artikel 7 lid 1 IVRK kan worden afgeleid dat de minderjarige het recht heeft te doen vaststellen of zijn juridische ouder tevens zijn biologische ouder is en dat de minderjarige daartoe zelf financieel in staat moet worden gesteld. En deskundigenonderzoek was noodzakelijk en werd gelast op kosten van de staat. Zo is geoordeeld in een zaak bij de Rechtbank Rotterdam 10 juli 2000, FIR 2001-1, p. 24, 25.

Het gaat hier wel om een andere situatie. Wij zijn allemaal niet meer minderjarig. Hoe een rechter zou kunnen oordelen als het gaat om de rechten die voortvloeien uit artikel 7 van het IVRK in relatie tot adoptie en welke (belangen)afweging hierbij wordt gemaakt, is helaas niet te voorspellen.

Hoe dan ook, het is ontzettend goed dat er een stichting is zoals stichting Mijn Roots die op een zeer intensieve manier zoekacties uitvoert in Indonesië. Wellicht de moeite waard voor mij om eens nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid dat vanuit de overheid een financiële vergoeding beschikbaar wordt gesteld om de geadopteerde een eerlijke kans te bieden. Het mooiste is natuurlijk als dit lukt zonder tussenkomst van een rechter. Dat is toch het minste waar een persoon die wil weten waar hij of zij vandaan komt, recht op heeft. Wij zullen zien.

Dus, wordt vervolgd. Bedankt voor uw aandacht voor zover.

Wilt u meer informatie over het zoeken in Indonesië? Kijk dan op de website van stichting Mijn Roots.

Terug naar Blog

Dossier adoptiezaken

OJAU is bezig met een juridisch onderzoek naar de mogelijkheid van een financiële compensatie voor die persoon die wil zoeken naar zijn of haar roots. 
Het gaat om allerlei kosten die gemoeid zijn bij zoekacties, zoals het doen van een DNA test, inschakelen van verschillende media in het land van herkomst, reiskosten voor de zoekers, en dergelijke.