Op missie

Begin november 2022 was ik met Ana Maria van Valen, een van de oprichters van stichting Mijn Roots, en oorlogsjournalist Bud Wichers op missie in Jakarta. Op het Ministerie van Buitenlandse zaken van de Republiek Indonesië hebben we met de Secretaris van de Inspectie-Generaal gesproken over de stand van zaken rondom roots-zoektochten, het afstammingsrecht en identiteitsherstel. In mijn rol als juridische belangenbehartiger van stichting Mijn Roots ben ik sinds 2017 meerdere keren met Ana op missie geweest in Indonesië (niet alleen Jakarta). Iedere keer worden we geconfronteerd met de bizarre gevolgen van interlandelijke adoptie. Ook tijdens deze missie hebben we weer een vrouw ontmoet die met heel veel verdriet vertelde dat ze haar twee baby’tjes heeft moeten afstaan. Een getuige vertelde dat de personen die de adopties regelden, haar naam hadden gebruikt in plaats van de naam van de moeder. De stichting vindt in de vele zoektochten die zij uitvoert weliswaar puzzelstukjes, maar die passen vaak nog niet direct in de juiste puzzel. Hopelijk brengt DNA-onderzoek hier binnenkort verandering in. Gelukkig heeft de stichting wel al zestig families kunnen herenigen! Maar het blijft een enorm proces van waarheidsvinding. Stichting Mijn Roots ziet tijdens haar vele missies het leed van geadopteerden en geboorteouders. Niet te bevatten dat interlandelijke adoptie, ook al is het nog uit zes landen, mogelijk blijft.

De Nederlandse staat heeft excuses gemaakt voor de misstanden in het verleden. Echter, de geschiedenis herhaalt zich keer op keer. Ook nu weer. De minister voor rechtsbescherming Franc Weerwind heeft besloten om de mogelijkheid van internationale adoptie vanuit zes landen open te houden. De procedure zal dan via één centrale bemiddelingsorganisatie verlopen. Dit betekent dus ook dat er nog steeds geboorteouders zijn die hun kind ongewild kwijt kunnen raken. Risico’s op kinderrechtenschendingen blijven nog steeds bestaan. Ik vind, en velen met mij, ieder kind dat het slachtoffer wordt van misstanden of op een andere manier lijdt onder buitenlandse adoptie is er één te veel.

Hervatting interlandelijk adoptie

In een Kamerbrief van 2 november 2022 liet de minister voor rechtsbescherming weten dat het uit zes landen weer is toegestaan om kinderen te adopteren: Thailand, Filipijnen, Taiwan, Zuid-Afrika, Lesotho en Hongarije. Op 14 november 2022 besteedde NU.NL hier aandacht aan in een bericht over de continuering van interlandelijke adopties. De reden om interlandelijke adoptie niet definitief een halt toe te roepen was voor mij niet nieuw, maar het wordt nu pas publiekelijk bevestigd: Justitieminister Franc Weerwind wil buitenlandse adoptie weer mogelijk maken om wensouders "niet uit te sluiten". De wensouders worden dus tegemoetgekomen bij deze keuze. Echter, het belang van het kind hoort voorop te staan. En eigenlijk hoort de reden om koppels die een kinderwens hebben, helemaal niet in het plaatje. Hoe vervelend het ook is, zij zullen dan op een bepaalde manier met hun onvervulde kinderwens moeten leren omgaan. Overigens zijn er heel veel kinderen in Nederland die wachten op een pleeggezin. De regering zou in eerste instantie de focus moeten leggen op een functionerend jeugdzorgsysteem in Nederland, want daar is nog heel veel te behalen. Voorts zou het naar mijn mening beter zijn om te investeren in jeugdbeschermingsmaatregelen in de landen van herkomst waar nog een kind uit geadopteerd kan worden. Verder is voor de geboorteouders nog altijd onvoldoende aandacht terwijl zij mogelijk hun kind ongewild kwijtraken. Het adopteren van een kind kost zo'n € 40.000 of meer. Met dit bedrag kunnen heel veel gezinnen in arme landen een lange tijd rondkomen en hun eigen kinderen opvoeden. Want als het gaat om armoede, dan willen de ouders het kind gerust zelf opvoeden als zij daar de financiële middelen voor hebben. Maar het is duidelijk dat dit geen optie is, anders worden wensouders in Nederland een kind ontnomen.

De minister zegt dat buitenlandse adoptie alleen mogelijk is wanneer een kind geen passende opvang in het eigen land kan krijgen en er geen enkele andere mogelijkheid is. Dat is nu juist het probleem, zoals uit de hele lange geschiedenis van interlandelijke adoptie blijkt, het is namelijk niet te controleren of er daadwerkelijk geen passende opvang in het eigen land mogelijk is. Teleurstellend dat gevallen eventuele corruptie en fraude voor lief worden genomen, omdat de overheid zelf bevestigd geen garantie te kunnen geven dat het allemaal goed gaat. Kinderhandel is niet uit te sluiten, ook niet met een hervormd adoptiestelsel, aangezien controle op de betrouwbaarheid van de documenten vanuit Nederland ook dan nog steeds niet mogelijk zal zijn. De bepalingen van het Haags Adoptieverdrag m.b.t. de bevoegdheidsverdeling van de zendende en ontvangende Staten, staan adequate controle in de weg.

Gesprek met de minister voor rechtsbescherming

Op 10 oktober 2022 had ik (in mijn rol als belangenbehartiger van stichting Mijn Roots en lid van de werkgroep Jeugdrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten), samen met International Child Development Initiatives, Defence for Children, CoMensha (het Nederlands Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel) en Bep van Sloten (internationaal expert Jeugdzorg en Jeugdbescherming), een gesprek met de minister voor Rechtsbescherming, Franc Weerwind.

Het voorlopige plan van de minister is om door te gaan met interlandelijke adoptie, maar op termijn wil hij hiermee stoppen. Het is nog niet helder op welke termijn dit zal gebeuren. We hebben onze visie toegelicht, de structurele weeffouten benoemd, als ook het gebrek aan controle-mogelijkheden in de landen van herkomst en de belemmerende werking van adoptie op de ontwikkeling van Jeugdzorg in de landen van herkomst. Wij vinden, ieder kind dat het slachtoffer wordt van misstanden in interlandelijke adoptie, is er één te veel. In ieder geval hebben we een nieuwe uitnodiging ontvangen voor een gesprek over 9-12 maanden om het nieuwe stelsel verder te bespreken.

Ook hebben we aangedrongen op het faciliteren van rootsonderzoek en identiteitsherstel, een verplichting die voortvloeit uit het VN-Kinderrechtenverdrag en het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen bij dit Verdrag. Zo hebben we nader toegelicht waarom het oprichten van een fonds waaruit een individuele tegemoetkoming kan worden gehaald voor een roots-zoektocht en voor DNA-onderzoek, zo belangrijk én urgent is. Het afstammingsrecht behelst ook het recht op waarheidsvinding en het kunnen herstellen van onderdelen van de identiteit waarmee is gesjoemeld, bijvoorbeeld de geboortedatum of naam. Met (o.a.) deze vorm van ondersteuning kunnen de excuses die Sander Dekker op 8 februari 2021 namens het kabinet maakte voor de misstanden in adoptieprocedures, op adequate wijze worden geëffectueerd.

Ook hebben we gepleit voor het inzetten op buitengerechtelijke oplossingen voor geadopteerden die de Staat aansprakelijk hebben gesteld of dat nog gaan doen, voor misstanden in hun adoptie.

We vertrouwen erop dat we een krachtige, constructieve bijdrage hebben kunnen leveren die de minister stof tot nadenken geeft.

De standpunten zijn na te lezen in de gezamenlijk opgestelde brief, die ook door veertien belangenorganisaties en enkele experts is ondertekend: Veertien belangenorganisaties van interlandelijk geadopteerden steunen oproep tot adoptiestop

Media

Op 16 juni 2022 vond het adoptiedebat plaats. Naar aanleiding hiervan heb ik de minister voor rechtsbescherming, Franc Weerwind, een paar brieven doen toekomen. De zoveelste brief, want in de afgelopen jaren heb ik er al heel wat van gestuurd naar toenmalige minister Sander Dekker, zijn ministerie en Tweede Kamerleden. Helaas, nog niet met het gewenste effect.

Tijdens het debat was Argos Medialogica ook aanwezig voor hun aflevering 'Al red je er maar één'. Welke beelden domineren het debat rond het adoptiedossier? En wat is het effect daarvan op de aanpak van misstanden in het adoptiesysteem? De aflevering werd op 3 juli 2022 op NPO 2 om 22:20 uitgezonden en is terug te bekijken.

» Mijn reactie op de aflevering 'Al red je er maar één', van Argos Medialogica